Wat: Boekpresentatie Stads Kunst Guerrilla ’78-’81 van Martijn Haas.
Waar: Paradiso.
Wie: oud-punkers en nieuw bloed.
Wanneer: maandag 20 december, van 20.00 tot 23.00 uur.
Waarom: een legendarisch feest heeft een nu al legendarisch boek.
Waardering: 4.
Terugkijken
Niet iedereen is er.
Sommigen hebben het door de sneeuw niet gehaald.
Anderen leven niet meer.
Precies dertig jaar geleden, op de dag af, was Paradiso het decor van het Terroristen Congres Guerrilla Party, een apocalyptisch feest van de Stads Kunst Guerrilla (SKG), een kraakpunkkunstbeweging in de jaren tachtig.
Dat was nou een feestje geweest waar Schuim over had willen schrijven.
De boekpresentatie is in geen opzicht de gelijke, maar de oud-punkers die er zijn doen wel iets van die tijd herleven. Een beetje verdwaasd lopen ze rond, begroeten oude vrienden en punkers met een stevige omhelzing en praten bij over toen. ‘Oud’, willen ze trouwens niet genoemd worden. Ze voelen zich nog steeds punk – ‘je blijft wie je bent’, aldus punker Chris. En 50, is dat oud?
Die beruchte 20 december 1980 hing kippengaas met kippenpoten voor de ingang. Kilo’s olifantenstront uit Artis lag op de vloer. En aan het eind verfde de SKG-ploeg de hele Paradiso wit. De politie gooide de vierhonderd feestgangers eruit, maar aan de kunstenaars durfden ze niet te komen, zegt SKG-initiator Erik Hobijn trots, tijdens de dia-presentatie. Paradiso had hen nota bene zelf uitgenodigd.
Alles is anders nu. 1,50 gulden kostte het bier vroeger. Een punker geeft een euro aan de bar. ‘Het is 2,50’, zegt de barman.
Paradiso vinden ze nu klinisch. Kraken mag niet meer.
Nu is er een boek. En een forum. En facebook. Maar geen SKG.