Wat: Premièrefeestje voorstelling Don Q (at your service).
Waar: Openluchttheater Amsterdamse Bos.
Wie: Jeroen van den Berg, Hans Ubbink, Maarten Wansink, Geert Lageveen, Aat Ceelen, Frans de Wit, Heike Wisse, Vincent van Dijk.
Wanneer: vrijdag 25 juni 2010, van 23.15 tot laat.
Waarom: de eerste voorstelling van een lange zomerreeks.
Waardering: 4
De gast
Het licht in de kamer brandt. Zou de gast al slapen?
Een zachte klop op de deur.
Geen gehoor.
Nog eens.
Niets.
Toch maar weer de steile trappen naar beneden terug naar het feestgewoel.
Boven in het decor van de voorstelling Don Q (at your service) in het Amsterdamse Bostheater zijn twee hotelkamers. Theaterbezoekers mogen er een nachtje slapen. Op de première zijn beide kamers bezet. Maar wie zou er slapen?
Op het podium is het feest losgebarsten. De regie-assistent ramt op zijn bas, de hoofdrolspeler wankelt al een beetje, de regisseur rent van fan naar fan. Euforie. De première ging goed, zegt de regisseur; de tribune zat bijna helemaal vol; de spelers waren op dreef, grappig, energiek. Het is niet meer dan terecht dat het bier stroomt, de wijn vloeit, de wodka-redbull mixt en onmiddellijk naar het hoofd stijgt.
De stagiaires met frisse hoofden dansen alsof hun leven er vanaf hangt, de muziek wordt luider, een buffet wordt aangevoerd. Geuren, hitte, net onder het raam van de hotelkamers. Slapen ze al, de gasten?
Dan staat plots een blonde man in pak tussen de feestgangers. Zijn haar krult, hij lacht zenuwachtig. In zijn hand rinkelt een sleutel: kamer 201. Het is de hotelgast. Maar niet zomaar een hotelgast, het is Vincent van Dijk, de Amsterdamse slaper, de man die een jaar lang elke dag in een ander hotel in Amsterdam slaapt. ‘Hoi’, zegt hij. ‘Ik voel me hier net Being John Malkovich (de film met en over John Malkovich).’ De voorstelling gaat over een schrijver in een hotel en Van Dijk schrijft ook.
De hotelslaper laat zijn kamer zien. Met bloemetjesgordijnen en dito dekbed. Maar Van Dijk gaat nog lang niet slapen. Het feest raast door. Pas heel laat, het wordt al bijna licht, klautert Van Dijk de stalen trappen omhoog. Het is dan eindelijk stil.