Theaterrecensies, interviews, reportages
RSS:
Publications
Comments

Dit is de Kwestie TM maart 2010

‘Liever een idioot dan een engel’

Wie: Lieke van Hoogenhuyze (1984)
Wat: Masterscriptie Dramaturgie
Waar: Universiteit van Amsterdam
Titel: ‘Bijbels wezen of heilige idioot. De engel in hedendaags theater.’
Hoe lang: 90 pagina’s, 4 hoofdstukken
Duur: 6 maanden
Begeleiders: Dr. Bram van Oostveldt, 2e lezer Dr. Sander van Maas
Cijfer: 8
Onderzoek in 1 zin: ‘In deze scriptie onderzoek ik met welke betekenis het religieuze icoon van de engel in het hedendaags theater wordt opgevoerd.’
Bestudeerde voorstellingen: Angels in America (2007, Toneelgroep Amsterdam, Tony Kushner ), Adam in Ballingschap (2009, Rob Zuidam, Guy Cassiers, DNO), Koning van het plagiaat (2005, Dirk Roofthooft, Jan Fabre), Saint Francois d’Asisse (2008, Olivier Messiaen, Pierre Audi, DNO)

Lieke van Hoogenhuyze had altijd al een fascinatie voor religie en theater. Toch wist ze lange tijd niet hoe ze deze interesse moest omzetten naar een wetenschappelijk onderzoek. Want waar begin je met theater en religie? Bij de Passiespelen? De Griekse religieuze benadering van theater? Of kijk je naar de manier waarop religie in het hedendaags theater tot uiting komt?

Van Hoogenhuyze koos ervoor om de engel in het theater te bestuderen. Intrigerend vond ze dit fantastische en perfecte wezen, dat overal in de kunsten opduikt. Want hoe kunnen die religieuze iconen waarde hebben in het theater van een seculiere samenleving?

Zelf was Van Hoogenhuyze graag godsdienstig geweest. Dikwijls verweet ze haar ouders haar niet gelovig te hebben opgevoed. ‘Geloof lijkt het leven aanzienlijk makkelijker te maken. Het geeft troost en antwoord op ingewikkelde levensvragen,’ zegt Van Hoogenhuyze. ‘Ik ben benieuwd of er voor ons moderne mensen een mogelijkheid is troost te vinden zonder met God te leven.’

Bij haar studie naar de engel stuitte ze al meteen op een probleem: hedendaagse theatermakers proberen religie in hun werk te omzeilen. ‘Religie en spiritualiteit worden niet vermeden, maar meestal is religie de achtergrond waarvoor zich een drama tussen mensen ontwikkelt in plaats van dat voorstellingen gaan over transcendentie of spirituele ervaringen.’ Religie, en dan met name God of godheden, zijn moeilijk om naar het theater te vertalen observeerde Van Hoogenhuyze. ‘Theater gaat over mensen, dus zodra je iets ontastbaars als een god probeert te laten zien, wordt het heel lastig. Daarom wordt God ook nooit weergegeven, maar engelen wel. Zij staan tussen de mens en God in.’

En als we niet meer in God geloven, met welke betekenis worden engelen dan nog weergegeven? ‘Uitgaande van de notie dat God dood is, kwam ik met behulp van verschillende theoretici tot de conclusie dat de engel een metafoor is voor spiritualiteit in een non-religieuze samenleving. Waarom zien we engelen zoveel om ons heen? Op gebouwen, in boeken, in voorstellingen? We leven in een moderne wereld die is ‘onttoverd’: door de focus op de tastbare wereld, de wetenschap en de vooruitgang geloven we niet meer in bovennatuurlijke krachten. Maar wat verliest de mens als je het religieuze denken vaarwel zegt? Mensen blijven behoefte hebben aan spiritualiteit. Een metafoor kan dan uitkomst bieden.’

Van Hoogenhuyze liep als dramaturgiestudent stage bij Adam in Ballingschap van Guy Cassiers en zag in diezelfde periode een aantal opera-en theatervoorstellingen waarin ook engelen voorkwamen. Angels in America van Ivo van Hove, Saint Francois d’Assise van Pierre Audi en Koning van het plagiaat van Jan Fabre. ‘In die voorstellingen was de engel een icoon voor religiositeit en stond daarmee voor een eenduidige waarheid. Iets dat niet past in ons postmoderne tijdperk en ook niet aansloot bij de theoretici. Maar tegelijkertijd werd de engel ook geproblematiseerd’, legt Van Hoogenhuyze uit.

Voor Adam in Ballingschap benaderden Casssiers en componist Rob Zuidam de engel als een probleem. Van Hoogenhuyze: ‘Zij zagen de engel als een perfect en daarmee saai wezen. Niet iets dat je wilt nastreven.’ In Angels in America krijgt de doodzieke Prior Walter van een engel de vraag of hij profeet wil worden en naast de engelen in een conflictloze, prachtige en perfecte staat van zijn te leven. Bovendien moet hij er als profeet voor zien te zorgen God terug te laten keren op aarde. ‘Maar hij verkiest een leven van lijden en leven boven een leven met God en de engelen.’ In Koning van het plagiaat wil de engel zelfs mens worden. Alleen in de Saint Francois d’Assise bleef de engel een iconisch figuur dat tussen mens en God staat. Opvallend is dat Van Hoogenhuyze de engelen uit het werk van Ola Mafaalani buiten beschouwing laat. ‘Ze stond zeker op mijn longlist, maar ik moest me uiteindelijk toch beperken.’

Van Hoogenhuyze bestudeerde met een aantal theorieën over engelen van onder andere literatuurwetenschapper Mikhail Epstein, theoreticus Graham Ward en filosoof Peter Sloterdijk de voorstellingen. ‘Ik wilde engelen vanuit verschillende postmoderne theorieën benaderen om zo een antwoord te vinden op de betekenis van de engel in een seculiere samenleving. Zij voeren de engel op als metafoor voor spiritualiteit in een wereld zonder God. Maar het probleem met engelen is dat het iconen zijn. En iconen verander je niet zomaar. Theatermakers hebben daar duidelijk moeite mee. Je wilt niet dat het perfecte eenduidige wezens blijven. De oplossing is de representatie van de engel als heilige idioot.’

Het idee van de heilige idioot heeft Van Hoogenhuyze van Peter Sloterdijk. ‘En hij ontleent het weer aan Dostojevski, vult ze aan. ‘Sloterdijk beschrijft hoe we op verschillende momenten in de geschiedenis vorm hebben gegeven aan zielenruimte. We zijn misschien nu wel ontkerkelijkt, maar het spiritueel besef is niet verdwenen. De engel doet ons te veel denken aan God, dus verdragen we de engel niet meer. Daarom stelt hij de heilige idioot voor. Deze idioot is voor de postmoderne mens wat de engel was voor de premoderne mens.’

De idioot staat aan de rand van de samenleving, een positie voor observatie, legt Van Hoogenhuyze uit. ‘Hij verkondigt de meest rake waarheden, maar omdat hij een beschouwende figuur van buitenaf is en tegelijkertijd naast ons staat, verdragen wij zijn verkondigingen beter dan als we ze van naasten zouden horen of van een boodschapper van de almachtige God. Het is de dorpsgek, of zelfs een opmerkelijke buitenstaander, die ons op een humorvolle manier laat reflecteren op onszelf, ons de waarheid zegt. En daarmee biedt de idioot, zoals vroeger de engel, ons troost.’

Tastbaar is deze heilige idioot, en daarmee in het theater een stuk makkelijker te verbeelden dan de ongrijpbare engel. ‘In Koning van het plagiaat wordt er aan het einde zelfs letterlijk verwezen naar de idioot. De engel zegt: “Wat zei je? Een heilige idioot? Ik?” De hoofdfiguur, een engel, is dan al mens geworden. Een idioot.’


Leave a Reply

You can use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>