Theaterrecensies, interviews, reportages
RSS:
Publications
Comments

Recensie: Glengarry Glen Ross

Glengarry Glen Ross – regie: Eric de Vroedt

Wijdbeens stotend in neukbewegingen, handen rond de ballen gevouwen of luidkeels schreeuwend in grof woordgeschut: beestachtig zijn de vastgoedwolven in Glengarry Glen Ross. Geen zin gaat voorbij zonder ‘fucking’, ‘kut’ of ‘shit’, geen scène zonder obscene gebaren. Welkom in de wereld van de snelle verkooppraatjes, keiharde concurrentie en liefdeloze transacties.

Bijna dertig jaar geleden schreef de Amerikaan David Mamet het toneelstuk Glengarry Glen Ross. Toen, het was 1983, greep een economische crisis om zich heen, gevoed door jarenlange commerciële uitwassen, die Mamet direct meemaakte. Hij werkte in de jaren zestig op een vastgoedkantoor waar hij waardeloos onroerend goed aan weinig draagkrachtige mensen sleet.

Nu, in een crisis van wereldformaat, kost het niet veel moeite dit stuk naar deze tijd te verplaatsen.

Levi (Leon Voorberg) praat snel als hij zijn baas Willemsen (René van Zinnicq Bergmann) in een Chinees restaurant probeert te overtuigen van zijn verkooptalent. Hij staat al een tijd niet meer bovenaan de topverkoperslijst – hij riskeert ontslag en loopt een Mercedes als bonus mis. Zijn collega’s Mos (Alwin Pulinckx) en de gelikte Roma (Fedja van Huêt) voeren de lijst aan. Het is het recht van de sterkste.

Eric de Vroedt regisseert Glengarry Glen Ross als een testosteronbom. Hij maakt geen pleidooi tegen het kapitalisme – iets wat makkelijk uit Mamets stuk valt te lezen – maar kiest voor een relaas van mannelijkheid.

De viriliteit wordt slechts doorbroken door de aanwezigheid van actrice Janni Goslinga als serveerster en politieagente. Meer dan het bieden van een beetje vrouwelijk contrast is Goslinga echter niet.

De stijl van deze Glengarry is vet, met hier een daar een vleugje vaudeville, zonder dat het karikaturaal wordt. In het eerste bedrijf barsten de mannen regelmatig uit in een lied: ‘Oh lord won’t you buy me a Mercedes-benz’.

Als de muren van het restaurant wijken om plaats te maken voor een klinisch kantoor, wordt de sfeer grimmiger. Iemand heeft ingebroken. De Vroedt zet de dieven in pak beestenmaskers op. Van civilisatie is geen sprake meer. Als baas Willemsen een deal met een klant van Roma verpest, legt Roma Willemsen over de tafel, neukt hem (met broek aan) vanachter, duwt zijn hoofd in zijn kruis en schreeuwt ‘fucking interim-manager’ (Sterk spel van Van Huêt). Bebloed en vernederd laat hij Willemsen achter.

De taal in Mamets stukken is zo typerend dat het wel ‘mamet-speak’ wordt genoemd: gelardeerd met obsceniteiten en bol van het cynisme. De Vroedt heeft het stuk zelf vertaald. Dat is lastig, vooral als het om scheldwoorden gaat. De ‘fuckings’ en ‘bullshits’ komen soms geforceerd over.

Toch weet De Vroedt vooral de gewetenloze strijd van harde verkopers te verbeelden. In de wereld van zijn Glengarry Glen Ross staat ‘ik mag je niet’ gelijk aan een mes in je rug.

Gezien 20 september, Toneelschuur Haarlem, vanaf 29 september in Frascati
Tournee t/m 4 dec. www.toneelgroepamsterdam.nl


Leave a Reply

You can use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>